Antwoord

Veel scholen hebben begrote tekorten samenhangend met de 1e waardering, activering en afschrijving. Om alle bezittingen, schulden van een school of bestuur duidelijk in beeld te hebben, is vanuit het Ministerie in het kader van lumpsum voorgeschreven dat een inventarisatie noodzakelijk was van de op scholen aanwezige inventaris, bestaande uit:onderwijsleermiddelen; meubilair; ICT hardware; Overige inventaris. Deze zijn eenmalig op de balans verantwoord als activa “1e waardering”. De bezittingen waren er uiteraard altijd al, maar in “financiële zin (de boekhouding)” werd hier verder niets mee gedaan als dit eenmaal was aangeschaft. Voor het evenwicht op de balans werd eenzelfde bedrag als “bestemmingsreserve 1e waardering” als onderdeel van de algemene reserve opgevoerd.

Het vermogen van een school groeit natuurlijk door de aanschaf van de bezittingen. Gevolg is wel dat u gedurende de nog resterende jaren van de levensduur van de bezittingen de afschrijving opneemt in de exploitatie van de school. Het is vrij logisch en verklaarbaar dat voor veel scholen door deze (vaak hoge) lasten een negatief saldo of een aanzienlijk lager positief saldo dan voorheen ontstaat. Het is niet toegestaan om aan de batenkant een bedrag op te nemen als onttrekking aan de reserve 1e waardering, maar voor een reëel beeld van de financiële positie kan een extra regel worden opgenomen zijnde begrotingssaldo (exclusief lasten 1e waardering). De gebruikelijke werkwijze is dan dat bij de resultaatbepaling bij de jaarrekening deze lasten kunnen worden gedekt door een onttrekking uit deze bestemmingsreserve c.q. algemene reserve.

Direct Inloggen